Buma, de Joods-Christelijke identiteit en het volkslied

Afbeeldingsresultaat voor volksliedDe laatste tijd lijkt het weer ok om het als politicus te hebben over christelijk geloof.  Of in elk geval over ‘de Joods-christelijke’ wortels of traditie. Ik vind het voor een deel ook wel een goed verhaal. Onze identiteit is dat iedereen gelijk is, dat iedereen mee mag doen, dat we niemand om geloof, ras, genderidentiteit, sekse, etc. uitsluiten. Je hoeft geen christen te zijn om die waarde hoog te houden, maar je kunt – ondanks alle uitsluiting door de kerk en door christenen – zeggen dat deze waarde diepe christelijke wortels heeft.

Meermalen heb ik meegemaakt dat mensen uit Azië of Afrika mij diep onder de indruk zeiden dat Nederland toch werkelijk een christelijk land is. Iedereen die ziek is kan in het ziekenhuis geholpen worden. Elk kind kan naar een goede school. Wie niet voor zichzelf kan zorgen heeft recht op hulp en uitkeringen. Dat is niet afhankelijk of je wel bij de goede kaste of familie hoort, of je wel genoeg geld hebt, genoeg macht, maar dat geldt voor iedereen. Dat vonden verschillende van mijn gasten typisch christelijk en misten ze in hun eigen land. Christenen geloven toch dat elk mens gelijk is voor God. Dat alle mensen geschapen zijn als Gods evenbeeld en dat Jezus gekomen is voor alle mensen?

Je kunt het ook uit de praktijk van een deel van de christelijke traditie aanwijzen: ziekenhuizen en verzorgingstehuizen waar iedereen die ziek is ongeacht positie of financiële middelen welkom is, zijn ‘uitvindingen’ van kerken en kloosters. Voor mensen die niet voor zichzelf konden zorgen was er hulp van de diaconie. Helaas ging die hulp van de kerk ook vaak samen met machtsspelletjes en zelfverrijking van bestuurders. Niets menselijk is kerkmensen vreemd. Het was vroeger wat dat betreft niet beter dan vandaag. Maar kort gezegd, ik kan ergens wel meekomen in dat beroep op Joods-Christelijke waarden. Het is een groot goed als je in een land leeft waar we ons best doen om elk mens gelijk behandelen. (Al moeten we toegeven dat nog steeds het ideaal beter is dan de werkelijkheid.)

Natuurlijk wil je dat beschermen tegen mensen die wel anderen willen buitensluiten en die homo’s, vrouwen, anders-gelovenden, atheïsten, enz. willen onderdrukken. En dus de dijken versterken, de grenzen zo veel mogelijk sluiten, zero-tolerance tegen asielzoekers die een misdrijf begaan, en de kinderen op school het volkslied te laten zingen bij de vlag, om hen goed onder te dompelen in de Joods-Christelijke traditie. En mensen ook weer aanleren vooral zei Buma vorige week om daar verantwoordelijkheid voor te nemen. Zich als gemeenschap in te zetten voor die waarden. Tja en dan wordt het toch ingewikkeld. Want de Joods-Christelijke traditie heeft het er niet zo op om met geweld mensen zo ver te krijgen dat ze ook die traditie aanhangen. Om hen in gemeenschappen te duwen waar zij die gemeenschappelijkheid moeten uitdrukken. Al zijn er helaas uit de geschiedenis van het christendom helaas heel wat voorbeelden van mensen die zich toch niet in konden houden en met al dan niet subtiel geweld anderen tot hun overtuigingen probeerden te dwingen.

Maar ik geloof niet dat dat de kern van de Joods-Christelijke traditie is. Jezus Christus is voor een deel naamgever van die traditie. Toen hij en alles waar hij voor stond met de dood bedreigd werd zei hij dat wie het zwaard opneemt er zelf door zal vergaan. Hij verdedigde zijn overtuigingen niet met geweld, maar liet zich er liever om doden. Hij vergeleek de verspreiding van zijn boodschap met een graankorrel. Die moet eerst sterven voordat hij vrucht kan dragen. Hij riep zijn volgelingen op om hun vijanden lief te hebben en te bidden voor degenen die hen wilden doden.

In de Joodse traditie is er een lied dat lijkt op een volkslied. Zoals volksliederen plegen te doen, begint dat bij de eigen identiteit waar men trots op is. De hoofdstad Sion (andere naam voor Jeruzalem) wordt bezongen:

Boven alle steden van Jakob [andere naam voor Israël]
heeft de HEER de poorten van Sion lief,
zijn vesting op de heilige bergen.
Van u wordt met lof gesproken,
stad van God.

Supertrots kun je wel zeggen: als God jouw stad de beste vindt, dan moet het wel een heel bijzondere stad zijn. Het vervolg is echter bizar:

‘Ik noem Rahab en Babel mijn getrouwen.
Filistea, Tyrus en Nubië zijn alle hier geboren.’
Met recht kan men van Sion zeggen:
‘Welk volk ook, het is hier geboren,
de Allerhoogste houdt Sion in stand.’

Rahab is een mythologische aanduiding voor een oermonster waarmee ook wel Egypte (grootmacht en vijand van Israël in de tijd van het ontstaan van dit lied) werd aangeduid. Babel is de supermacht die Jeruzalem verwoest heeft. Filistea en Tyrus waren de nabijgelegen militaire en economische tegenstanders en Nubië (Ethiopië) was voor Joden cultureel bijna het einde van de wereld. Van al deze tegenstanders zegt God in dit lied dat het zijn ‘getrouwen’ zijn en dat ze net zo thuis horen in de stad als de Joden. Hun identiteit is volgens dit ‘volkslied’ niet iets dat zij moeten beschermen, maar ‘de Allerhoogste’ houdt Sion in stand.

Ik snap heel goed als politici roepen dat ze hierop geen politiek kunnen bedrijven. Je vijanden liefhebben, iedereen welkom heten in je land of je stad, zelfs je grootste tegenstanders, in het geloof dat God je wel beschermt. Dat is absurd. Daarvoor moet je wel een heel groot geloof in de liefde (of in God, maar dat is uiteindelijk hetzelfde) hebben. Ik verwacht dat niet van politici. Ik vind dat zelf al moeilijk genoeg. Maar wees dan eerlijk en zeg gewoon wat je bedoelt: we hebben hier een leuk land met elkaar en dat willen we graag zo houden. Pech voor anderen die ook mee willen doen, maar dat vinden we te lastig. Die moeten het vooral zelf uitzoeken.

Kerkproeverij in de Bazuinkerk in Kampen

Aanstaande zondag hebben we een soort open dag in de Bazuinkerk. We beginnen net als anders om 9:30 met een kerkdienst, maar we hebben mensen uit onze omgeving uitgenodigd om eens te ‘proeven’ wat er in de kerk gebeurt. Ik hoor nog wel eens van iemand dat hij of zij nieuwsgierig is wat er in de kerk gebeurt, maar niet zomaar durft te gaan kijken, omdat hij of zij bang is iets fout te doen. Nu kun je in een kerkdienst niet zoveel fout doen, maar zondag houden we er extra rekening mee dat we gasten hebben. Als je komt krijg je ook een uitleg over wat er in de kerk gebeurt. Ik heb die alvast hieronder afgedrukt voor als je dat alvast wilt weten of wilt delen met anderen.

Welkom! Zondagmorgen 9:3o, Bazuinkerk, Cello 1 in Kampen.

 

Welkom in de Bazuinkerk!

Welkom!

Als je graag iets meer wilt weten over de kerkdienst vind je hier wat informatie. Maar je hoeft het natuurlijk niet allemaal vooraf te lezen. Je kunt ook gewoon gaan kijken wat er in de kerk gebeurt.

Heb je een vraag, stel hem gerust. Bijvoorbeeld aan de mensen die bij de ingang van de kerk staan.

Je mag overal gaan zitten. Er zijn geen vaste plaatsen in de kerk. Voor kinderen tot ongeveer 4 jaar is er oppas. Voor kinderen tot ongeveer 9 jaar zijn er clubs. De kinderen die naar de clubs gaan, gaan eerst naar de kerkdienst, na ongeveer 20 minuten gaan ze dan naar de clubs. Dat wordt natuurlijk wel aangekondigd. Maar kinderen in alle leeftijden mogen ook gewoon in de kerk komen zitten.

De Kerkdienst

In de kerkdienst staan we er bij stil dat God met mensen om wil gaan. Dat vinden we heel bijzonder. In de kerkdienst willen we door onze manier van doen iets laten merken van ons respect voor God. Maar tegelijkertijd hopen we dat je je ook op je gemak kunt voelen bij ons. Soms wordt er ook gelachen in de kerk. En als je bijvoorbeeld naar het toilet moet, ga gerust. De kerkdienst duurt bij ons meestal tot ongeveer kwart voor elf.

Het begin: De kerkdienst begint als de dominee met de mensen die leiding geven aan de kerk (de kerkenraad) binnenkomt. We worden stil om ons te richten op God. Daarna gaan we staan uit respect voor God. We zingen ‘Onze hulp is in de naam van de HEER die hemel en aarde gemaakt heeft.’ Daarmee willen we laten zien dat we God nodig hebben. Dan zegt de dominee: ‘Genade en Vrede van God onze Vader door onze Heer Jezus Christus’. Hij doet daarbij een hand in de lucht, om te laten zien dat het de woorden van God zijn voor iedereen in de kerk. Die woorden betekenen: God komt met zijn goedheid naar je toe.

Zingen: In de kerk wordt veel gezongen. Je kunt daardoor ook iets van je verdriet, blijdschap of zorgen uitdrukken. Vaak is een lied ook een soort reactie op wat er net gezegd is, bijvoorbeeld bij de Bijbellezing of de preek. De liederen die we zingen zijn soms al heel oud. We zingen bijvoorbeeld vaak Psalmen. De teksten daarvan zijn al ongeveer 2500 jaar oud en ook de melodieën zijn soms al 500 jaar oud. Maar we zingen ook liederen die nog maar pas gemaakt zijn.

Bidden: Het eerste gebed bidden we voordat we lezen uit de Bijbel. We vragen of God ervoor wil zorgen dat de woorden van de Bijbel niet ver weg blijven, maar dat ze ons opnieuw raken. In het tweede gebed bidden voor onszelf, allerlei mensen in onze omgeving en gebeurtenissen die in het nieuws zijn geweest.

Lezen uit de Bijbel : Uit de Bijbel lezen vinden we heel belangrijk. We geloven (en hebben dat soms ook gemerkt) dat je door de teksten van de Bijbel kunt ontdekken wat God vroeger heeft gedaan en wat dat ons nu te zeggen heeft.

Kindmoment: Nadat we uit de Bijbel gelezen hebben, voert iemand een gesprekje met de kinderen over het Bijbelgedeelte. Zo begrijpen zij er ook iets van en merken ze dat God er ook voor hen is.

De preek: De preek is de uitleg van wat we in de Bijbel gelezen hebben. De dominee probeert duidelijk te maken wat die oude tekst vertelt over God. Natuurlijk gaat het dan ook over het leven hier en nu. Het woord ‘preken’ klinkt misschien negatief. Niemand krijgt graag op zijn kop. Dat is ook niet de bedoeling van de preek in de kerk. Het gaat er vooral over wie God in ons leven wil zijn en hoe je met hem kunt leven.

De Tien geboden: In de kerkdienst worden ook vaak de tien geboden gelezen. Dat is een oude wet die God vroeger aan Israël heeft gegeven. Daarnaar te luisteren helpt ons te begrijpen hoe God wil dat we met hem en elkaar leven.

De collecte: Voor een kerkdienst hoef je niets te betalen. Toch houden we wel een collecte tijdens de kerkdienst voor mensen die wel een beetje hulp kunnen gebruiken. In de kerkdienst wordt gezegd waar de collecte precies voor is. Je hoeft echt niets te geven. Het mag natuurlijk wel.

De zegen: Aan het einde van de kerkdienst spreekt de dominee uit. Hij steekt twee handen in de lucht om te laten zien dat God zelf belooft dat hij voor ons allemaal goed wil zijn en met ons mee wil gaan.

Op wie ben ik nu eigenlijk boos?

 

Vanmiddag loop ik even de voormalig synagoge van Kampen binnen. Er is een expositie in het kader van de Hanzedagen met als thema ´water verbindt´. Bij binnenkomst valt gelijk een groot schilderij op. Het is grof geschilderd en hier en daar lijkt de verf zelfs letterlijk op het doek gegooid. Pas na een tijdje dringt het tot me door waar ik naar sta te kijken. Het is zo´n grote oranje-rode opblaasboot. De mensen erop staan en verdringen elkaar. Ze kunnen veel beter gaan zitten, maar er is niet genoeg plek om te zitten. Het lijkt alsof het stormt. Of worden er verfbommen naar hen gegooid om hen op afstand te houden? Wordt er vanaf de kant geroepen: ‘Kom niet hierheen, maar blijf op zee en verzuip?’ Het bloed druipt van het doek af.

Nadat ik de expositie heb bekeken, loop ik nog even naar boven, naar de galerij. Hier zaten vroeger op sabbat – toen dit gebouw nog als synagoge diende – de vrouwen. Er is niet veel te zien. Er ligt een multomap met een lijst met namen: Boektje, Van Gelderen, Goudsmit, Voorzanger. Achter elke naam staat een geboortedatum, een overlijdensdatum en meestal een bekende plaatsnaam: Auschwitz, Sobibor, Buchenwald of Ravensbrück. Bij de laatste naam is een ook foto, een pasgeboren meisje en haar moeder. Ze werd geboren op 31 januari 1938. Inderdaad, precies dezelfde dag als onze vorige koningin. Nadat de vader ontdekte dat zijn dochter gelijk was geboren met de prinses van Oranje is hij opnieuw naar het gemeentehuis gegaan om de aangifte van zijn dochter te veranderen. Ze moest niet alleen Ina heten (naar de toenmalige koningin), maar ook Beatrix. Ina’s leven is na 5 jaar al weer beëindigd in een van die bekende plaatsen. Als ik weer naar beneden wil lopen zie ik nog een kunstwerk. Op een biels staat een koperen beeld van een open veewagon vol met mensen. Er is niet genoeg plek om te gaan zitten.

 

Met een steen op mijn maag verlaat ik de synagoge. Als ik naga wat de steen is, realiseer ik me dat het vooral woede is. Maar ik weet niet op wie. Ik kan wel boos worden op iedereen: Op de laffe Kampenaren die hun stadsgenoten lieten afvoeren. Maar ook op de Joden die zich als makke schapen lieten afvoeren en vanuit gevangenschap geruststellende briefjes schreven aan hun familie. En natuurlijk op de Duitsers die hen uitroeiden als ongedierte. Op wie moet mijn woede zich richten? Moet ik kwaad zijn op mensensmokkelaars, op politici die de grenzen dichthouden, op vluchtelingen die met hun kinderen op wankele bootjes stappen, soms uit wanhoop maar ook zo vaak met het naïeve geloof dat hier alles beter zal worden? Ik weet het niet. Misschien ben ik ook wel kwaad op mezelf. Ik weet zo goed dat dit gebeurt, maar ik leef er zo vaak langs heen, maar ik weet ook niet wat ik moet doen.

Ik ga maar weer aan het werk. Verder met mijn scriptie over het komende oordeel van God. Kan ik daar na wat ik net gezien heb nog geloofwaardig over spreken? Had God niet moeten ingrijpen? Moet hij niet ingrijpen? Of moet ik daar juist bang voor zijn dat hij dat ooit zal doen?

Is het goed om te verwachten en te hopen dat God op een dag recht zal doen? Of is dat een te gemakkelijke manier om onze verantwoordelijkheid te ontlopen? Maar laten we eerlijk zijn, het is ooit in alle talen gezegd en geschreven ‘nie weder’, ‘never again’, ‘nooit weer’ en het gaat gewoon door.

Hoe je moet preken (en spreken over het evangelie)

https://i0.wp.com/2.bp.blogspot.com/-DlAPGra44gA/T3te5cfDbFI/AAAAAAAABv0/LHWlFC3g4_Y/s1600/prekie.png?resize=121%2C175Verveling bevangt veel kerkgangers. Geloven lijkt zo vanzelfsprekend. Het is waar, het is mooi, het is geweldig, en toch verveelt het evangelie. Dat zeggen klinkt dan weer als vloeken. Dat zeg je niet zomaar hardop. En dus blijf je gewoon af en toe eens weg uit de kerk. Doe je maar liever niet meer mee aan Bijbelstudies.

Ik begrijp en herken veel van die verveling. Spreken over God en het leven is te vaak voorspelbaar, waar en nietszeggend. Tegelijk voel ik me enorm bevoorrecht dat ik predikant ben. Dat biedt me de kans om keer op keer te ontdekken dat het evangelie niet vervelend is, maar werkelijk goed nieuws. Tegelijkertijd: het is vaak een worsteling om dat te ontdekken. En soms blijft die ontdekking uit. Maar op een ander moment wordt die me zomaar in de schoot geworpen.

Ik geloof dat het mijn roeping als predikant ook is om die worsteling telkens weer door te maken. Ik zou niet weten hoe ik anders geloofwaardig zou kunnen preken of spreken over het evangelie. In een van mijn leerboeken van vroeger stond ook dat je alleen maar mag preken als je zelf iets nieuws ontdekt hebt in de tekst waarover je preekt. Iets wat je werkelijk de moeite waard vindt om door te geven. Dat maakt preekvoorbereiding voor mij vaak een enorme worsteling. Want heel vaak klinken mij de woorden van de Bijbel me te bekend in de oren. Continue reading

Zussen, vergeef me

Zussen uit de Bazuinkerk in Kampen, de Kruiskerk in Nunspeet, het Witte Kerkje in Sneek en andere GKv, ik moet jullie mijn excuses aanbieden. Of beter: om vergeving vragen. Ik heb jullie te vaak niet serieus genoeg genomen.

Vandaag kwam het rapport uit van het deputaatschap dat de synode van de GKv adviseert  over ‘M/V en ambt’. Hun advies is om alle ambten ook open te stellen voor vrouwen. Ik ben daar blij mee. Ik hoop er al jaren op dat ook vrouwen predikant, ouderling of diaken in de GKv kunnen worden. Met het uitkomen van dit rapport begon ik me dat ook voor te stellen. Sommigen van jullie zag ik voor me als diaken, ouderling of predikant. Wat een enorme verrijking zou dat zijn! Ik hoop dat het niet lang duurt.

Maar opeens  realiseerde ik me voor het eerst sinds tijden hoe velen van jullie het als groot onrecht ervaren dat ze niet mee kunnen doen zoals jullie broers. Hoeveel pijn dat kan doen en frustratie kan opleveren. Continue reading

Een spin in mijn tuin

In de tuin hangt een spin. Vannacht heeft ze haar web geweven en dat hangt nu onder de boom. De zon valt precies op haar web. De wind blaast er met vlagen tegenaan. Het beweegt soepel, golvend mee. Onverwoestbaar. De wind doet het schitteren in de zon. Als je goed kijkt zie je dat het allemaal verschillende kleuren heeft. De spin zit onverstoorbaar in het midden.

Het ziet er prachtig uit, maar ik weet dat ze een dodelijk wapen heeft gemaakt voor muggen en vliegjes. Als er een in haar web vliegt zal ze eraan trekken en rukken zoals de wind, maar er steeds vaster in komen te zitten. Als het slachtoffer niet al te veel weerstand meer biedt, zal de spin erheen sluipen en haar verder omwikkelen met spinrag om haar op later leeg te zuigen.

En toch. Het web danst schitterend in de zon en met de wind. Als Gods schepping op een dag vernieuwd is, als de dood er niet meer is, zal er dan geen plaats meer zijn voor spinnen? Of zullen ze hun web nog steeds weven en spelletjes spelen met de muggen en de vliegen?

Het klinkt absurd. Continue reading

Een heilig spel. Doe je mee?

Na een paar weken Frankrijk zat ik gisteren in de kerk naast mijn vrouw en een van mijn kinderen. Een bijzondere ervaring, benadrukte mijn zoon, want meestal sta ik voorin de kerk een dienst te leiden. Zo beleefde ik het ook, als iets bijzonders maar ook als een beetje vreemd. Tijdens de dienst kwam telkens weer de vraag boven: wat zijn we hier eigenlijk aan het doen?

Lang geleden heb ik geleerd dat een kerkdienst de ontmoeting van God met zijn volk is. Een heldere, begrijpelijke omschrijving. Een kerkdienst heeft iets van een ontmoeting, een gesprek, waarin God spreekt en waarin ook de mensen spreken. We beginnen te zeggen dat onze hulp is in de naam van de HEER, waarop de voorganger ons namens God de zegen oplegt. En zo gaat dat verder.

Een ontmoeting tussen God en zijn volk. In de Bijbel kom je verhalen tegen waarin mensen God ontmoeten. Dat zijn altijd spannende momenten, waarop de mensen vrezen voor hun leven. Als de Israëlieten in de woestijn zo’n ontmoeting hebben, zeggen ze tegen Mozes dat die voortaan met God moet spreken, want als God nog een keer tot hen spreekt, overleven ze het niet (Deuteronomium 5). In de kerkdienst lijkt er weinig aanwezig van zo’n angst voor de ontmoeting met God.

Het is natuurlijk ook niet hetzelfde. Er klinkt in de kerkdienst geen stem uit de hemel of van een berg, maar gewoon de stem van de voorganger uit de geluidsinstallatie. Als klein kind verwarde ik bij het lezen van de tien geboden God wel eens met de voorganger. Bij de woorden ‘Ik ben de HERE uw God’ die vrijwel elke zondag door een andere voorganger gelezen werden, vroeg ik me af: ‘ziet God er dan zo uit’? Maar intussen weet ik dat alles wat er in de dienst gezegd wordt door mensen wordt gezegd. Continue reading

Laat de kerk maar in stukken vallen!

https://i2.wp.com/www.greenjanie.com/uploads/6/5/1/1/6511274/header_images/1307644572.jpg?w=640Soms zijn de scherven mooier dan het geheel. Neem bijvoorbeeld een autoruit. Als die kapot valt, houd je allemaal kleine stukjes waar het zonlicht prachtig doorheen kan vallen. Ik kwam op internet iemand tegen die ooit precies zo per ongeluk kunstenares werd. Ik vind niet alles wat ze maakt mooi (de afbeelding hierboven wel trouwens), maar het idee vind ik wel fantastisch.

Ook omdat het een beeld geeft van wat wel eens de toekomst van de kerk zou kunnen zijn. Laat de kerk maar in stukken vallen. Misschien dat dan veel meer facetten van het goede nieuws van Gods nieuwe wereld zichtbaar worden. Laat ik proberen uit te leggen wat ik bedoel. Een tijdje geleden schreef ik dat kerkgangers niet-kerkgangers nodig hebben om hun eigen geloof beter te begrijpen. Het probleem van veel kerkganger is alleen dat ze weinig diepgaande contacten hebben met mensen buiten de kerk. Veel van hun vrienden en familie zitten ook in de kerk. Met de kerk kun je ook allerlei prettige sociale activiteiten doen. (Gisterenavond nog was ik bij een gezellige maaltijd met een groep mensen uit onze kerk.) Natuurlijk zijn op die activiteiten in principe ook mensen van buiten de kerk welkom, maar die komen eigenlijk zelden. Ze horen ook niet echt tot ons gezamenlijke netwerk.

Het komt ook niet zo erg in ons op om als kerk ons netwerk echt uit te breiden, want dat is meestal al groot genoeg of te groot. Continue reading

Stop het machtsmisbruik in de kerk !

Het instituut kerk is een van de grootste obstakels voor het christelijk geloof. Ik hoor het nog wel eens: ‘Ik zou best willen geloven, maar dan zonder kerk. ‘ En ik begrijp het: er is in de kerk zoveel machtsmisbruik. In het groot en in het klein. De kerk, dat is voor veel mensen buiten (maar ook in de kerk) een kerkenraad – waar vaak alleen maar mannen in zitten – die voor een ander bepaalt hoe hij of zij moet leven. Ik heb heel wat gefrustreerde verhalen gehoord over predikanten die hun eigen mening doordrukken. Of dat iemand tegen mij zei: ‘Ja in de kerk waar ik vroeger heen ging, vond iedereen hetzelfde en beleefde het allemaal ongeveer hetzelfde. Of ze deden alsof. Er was in elk geval geen ruimte voor mijn beleving en het moest gaan zoals het altijd ging. Ruimte voor verandering was er nauwelijks.’

Het instituut kerk dus maar afschaffen? Ik denk niet dat dat echt helpt. Als je nog wel iets met een groep mensen samen wilt doen moet je toch weer afspraken magen en ontstaat er toch na verloop van tijd weer iets van een instituut. Bovendien kan een instituut of organisatie ook machtsmisbruik tegengaan, juist doordat er afgesproken is welke mensen samen iets mogen beslissen en wie zo’n beslissing kunnen controleren. (Toen ik ooit van dichtbij meemaakte hoe een predikant collega in allerlei opzichten zich misdragen had in zijn kerk, was ik heel blij met het instituut kerk. Dat hielp ons om verder te komen in deze lastige situatie.)

Maar we moeten er in de kerk wel iets mee. Het instituut kerk kan mensen aan de kant drukken, overrulen en soms zelfs verpletteren. Macht corrumpeert. Ook in de kerk. Wat doe je eraan? Continue reading

Kerkgangers hebben niet-kerkgangers nodig

Ik hoorde eens van een oudere collega die na ongeveer vijftig jaar stopte met preken. Hij had zijn hoorders altijd aangemoedigd om twee keer naar de kerk te gaan en dat besloot hij zelf ook te doen. Maar al heel gauw verzuchtte hij tegen zijn familie: ‘wat is zondag toch een saaie dag!’

Wie net als ik actief betrokken is bij de kerkdienst op zondag doordat hij of zij preekt, lezingen doet, muziek maakt of iets voor de kinderen doet, zal de zondag of de kerk niet zo gauw ‘saai’ vinden. Maar veel anderen vinden dat wel. Onze kerk heeft een grote blinde muur naar de wijk toe. Dat is wel een beetje typerend voor hoe je de kerk gemakkelijk kunt beleven: op zondag gebeurt er van alles – en door de week ook wel – maar het heeft vaak zo weinig met het gewone alledaagse leven te maken. Het spreekt niet vanzelf dat wat je op zondag in de kerk doet en hoort ook maandag relevant is. De kerk is een wereldje op zich geworden.

Heel begrijpelijk, niet erg gezond. Vooral niet als de kerk bijna alleen nog maar trouwe kerkgangers trekt. Natuurlijk geen kwaad woord over hen (zonder hen zat ik allang zonder werk), maar er zijn ook anderen nodig. Kerken en christenen kunnen niet zonder diepgaande ontmoetingen met mensen die niet of nauwelijks (meer) naar de kerk gaan of geen christen zijn. Continue reading