Wordt nuchter
‘Denk toch eens na! Wees eens een beetje nuchter en niet zo zweverig.’ Misschien zegt iemand dat wel eens tegen je als je over geloof in God begint. Of misschien denk je het zelf wel eens, als iemand het over geloven heeft. Wees een beetje reëel!
En daarom benadrukt Paulus: Jezus is opgestaan en wij zullen met Hem opstaan. Hij zegt dan: ‘kom tot bezinning’, je zou ook kunnen vertalen ‘wordt echt nuchter’. Dat zeg je tegen iemand die dronken is, in de war, helemaal hyper, het allemaal niet goed meer ziet. Dan zeg: doe is rustig, denk toch eens na!
Het is grappig, zoals Paulus die uitdrukking gebruikt. Hij schrijft zijn brief aan christenen in Korinte. Sommigen van hen zeggen dat je natuurlijk niet kunt geloven dat de doden zullen opstaan. En dan reageert Paulus. Uitgebreid. En als conclusie, zegt hij: wordt nuchter. Het lijkt helemaal niet zo nuchter. Toch bedoeld Paulus het serieus. Zonder het geloof in de opstanding leef je in een roes. Zonder het geloof in de opstanding ben je in de war. Je moet haast wel.
De meesten van ons kunnen de dood niet echt onder ogen zien. Dan moet je je letterlijk – of figuurlijk – dronken worden van drank, drugs, drukte op je werk, nieuwe spullen, spectaculaire vakantie, je status, nu ja: alles wat je maar kunt doen om te vergeten dat je op een dag sterft. ‘Laten we eten en drinken, want morgen sterven we!’ Straks is het toch afgelopen, dus laten we er nog wat van maken. Je leeft maar een keer, YOLO! (You Only Live Once!) zeiden we een paar jaar geleden. Je kunt dan misschien niet al te veel bij de rottigheid in de wereld stil staan en je zet je roze bril op.
Maar Paulus zegt: wordt nuchter. Zie de werkelijkheid onder ogen: er is een heel grote verandering nodig. Maar dat dat lijkt absurd. Hoe reëel, hoe nuchter is het om te geloven in de Opstanding. Is dat juist geen sprookje?
Ja, normaal gesproken wel. Als je redeneert en denkt dat dit een lege wereld zonder God is. Maar Paulus heeft al verwezen naar wat God heeft gedaan. Paulus zegt er nog iets bij: voor wie gelooft is dat echte nuchterheid. Maar als je gelooft dat God er is – Ik ben er – dat het daarom draait in deze wereld dan is dat anders. God als degene die liefde geeft tussen mensen, die betekenis geeft aan dit leven hier en nu. Die het leven gegeven heeft juist in liefde. Als Hij er is, als die liefde waar is, dan past daar ook de opstanding in. De ommekeer van alles wat kapot en doodgaat. Als je gelooft in die God, dan kun je toch niet de opstanding overslaan? Dan heb je geen enkele kennis van God, zegt Paulus scherp. Dan denk je te klein van God, van zijn liefde, van zijn daden.
Ons leven nu wordt bepaald door de opstanding
Zonder het geloof in de opstanding zijn christenen volgens Paulus de meest zielige mensen die er zijn. (1 Korintiërs 15:19). Maar als Christus wel opgestaan is, dan wordt alles anders. Ons leven hier en nu wordt er al door bepaald. Paulus noemt een paar dingen:
- Het dopen voor de doden
- Het vechten met wilde dieren
- Niet wanhopig genieten
- Het dopen voor de doden
Het is niet helemaal duidelijk wat Paulus bedoelt. Soms wordt gedacht aan mensen die zich voor, in plaats van dode mensen laten dopen, zodat zij ook nog bij God horen. Dat doen bijvoorbeeld de Mormonen onder andere vanwege deze tekst. Maar dat kom je verder nergens tegen in de Bijbel of andere bronnen uit die tijd. Je zou verwachten dat Paulus er dan ook wel wat meer over zou zeggen. Een andere uitleg zegt daarom dat je het woord ‘dopen’ figuurlijk moet opvatten. Het gaat om je helemaal onderdompelen voor, je helemaal inzetten voor de doden. Dan kun je denken aan uitvaartverzorgers. Van de eerste christenen is bekend dat het zo bijzonder aan hen was, dat ze zorgden voor de doden en hen begroeven. Een andere optie is dat het om mensen gaat die christen worden, juist om degenen die gestorven zijn, hun vader, moeder, vrouw, man, toch te kunnen ontmoeten. Zoiets gebeurt nog steeds: een moeder zegt op haar sterfbed tegen haar volwassen niet-christelijke kind ‘ik hoop je straks weer te zien’ en het kind wil dat ook en gaat zich in het christelijk geloof verdiepen en laat zich uiteindelijk dopen om straks zijn moeder weer te kunnen zien.
Hoe dan ook: Paulus zegt – dat we ons zo bezig houden met de doden, dat is om de opstanding. We hebben het gevoel dat die band niet helemaal doorgesneden kan zijn. En dat is ook niet zo: in de opstanding wordt die weer hersteld. Juist je bezighouden met de mensen die gestorven zijn, is een teken van de opstanding.
Het leven van onze geliefden die gestorven zijn is niet zinloos geweest. Onze band met hen, wat we voor hen gedaan hebben was niet voor niets. Kom tot bezinning. Wordt nuchter. De dood is overwonnen. Het is nog niet voorbij.
- Het vechten met wilde dieren
Paulus noemt nog een ander effect van het geloof in de opstanding op het gewone leven. Hij zegt – zonder dat zou ik met toch nooit telkens weer aan gevaren blootstellen? Elke dag sterf ik. Ik ga zowat elke dag dood van angst, zouden wij misschien zeggen. En toch ga ik dat aan, zegt Paulus. Ik heb in Efeze zelfs met wilde dieren gevochten. We weten dat de Romeinen mensen in de arena met wilde dieren lieten vechten. Het lijkt niet zo waarschijnlijk dat Paulus dat letterlijk bedoelt, maar meer als een beeld. Stel je voor: je moet de arena in om met beren of leeuwen te vechten. Dat doe je toch niet als je eraan kunt ontsnappen. Maar Paulus zegt: door mijn geloof in de opstanding kon ik vechten met wilde dieren.En zo is het telkens in de geschiedenis gegaan. Heel veel mensen hebben zoals Paulus uiteindelijk ook hun leven gegeven voor het goede nieuws van Jezus. Voor hun verzet tegen het kwaad.
Vanavond herdenken we degenen die vielen in de strijd met de bezetter meer dan tachtig jaar geleden. Verzetsstrijders, jonge soldaten. Velen waren bang en toch vonden ze moed om te doen wat ze deden. En heel veel van hen ook juist hier om: de dood is niet het grootste, niet het belangrijkste. En de dood heeft niet het laatste woord. Velen van hen geloofden in gerechtigheid en in de opstanding. Ze geloofden dat het niet zomaar voorbij was. Maar dat God eens alles recht zou zetten. Geloof in de opstanding kan enorme moed geven. Je voelt je nog wel eens bang en toch de wanhoop is weg.
De meesten van ons hebben waarschijnlijk geen angst om gedood te worden om hun geloof of te sneuvelen bij de bestrijding van het kwaad. Maar paniek ken je misschien wel. Paniek om jezelf, om een geliefde. Om ziekte die je treft of kan treffen. Om een ongeluk, een aanslag die zou kunnen gebeuren. Hoor dan de woorden van God die zegt: kom tot inkeer, wees nuchter. Ik heb de dood verslagen. Ken mij als de Liefde die nooit opgeeft, die sterker is dan de dood.
- Niet wanhopig genieten
Je hoeft ook niet wanhopig te genieten. Nu nog eruit halen wat erin zit. FOMO – The Fear of Missing Out. Een bucketlist – wat ik allemaal nog wil doen voor ik doodga. FOMO en een bucketlist lijken tekenen van die wanhoop. Straks mis ik een event, een gebeurtenis, iets dat ik niet mag missen. Want voor je het weet ben ik oud en doe ik sowieso niet meer mee. Wat moet ik allemaal nog doen voor ik doodga. Haal eruit wat er inzit.
Omgang met slechte mensen maakt goede mensen slecht
Het is een manier waarop toen en nu veel mensen naar het leven kijken. Ga daar niet in mee. Je kunt daar gemakkelijk door beïnvloed worden.
Als je dat gevoel hebt, hoor dan ook wat we lazen: Kom tot bezinning, wordt nuchter. De Heer is opgestaan. En als je je aan Hem toevertrouwt zul je met Hem opstaan. Het beste moet nog komen. Leef niet uit wanhoop, maar uit liefde. En geef nu maar gewoon toe: het leven is nog niet volmaakt. Je mist dingen waar je graag bij had willen zijn. Alles wat je zou willen doen, willen zijn, willen meemaken, dat lukt vast niet allemaal. Maar dat is niet erg. Jezus is opgestaan. En jij zult met Hem opstaan. De dood heeft niet het laatste woord.
Zondig niet langer
Kom tot inzicht en zondig niet langer, zegt Paulus er dan nog bij. Dat is: leef niet voor jezelf, voor je eigen plezier, voor je eigen angst. Maar leef in vertrouwen op Gods liefde. Op Gods redding door Jezus. Dan kun je heel vrij leven. We kunnen verdrietig zijn om de dood, maar niet wanhopig. We kunnen bang zijn, maar niet zonder hoop. We kunnen genieten, maar als het niet lukt is het geen ramp. Christus is opgestaan dat geeft ruimte. Vrijheid. Vrijheid om te leven.
Niets tevergeefs
Op deze dag staan wij stil bij degenen die hun leven. En morgen vieren we de vrijheid. Dat kan je misschien wel somber stemmen. Verdwijnt onze vrijheid niet stap voor stap? Door de grote macht van bedrijven? Door de bedreiging van het milieu? Door de opkomst van populisme? Wat kun je daar als klein mens tegenover stellen?
Als klein mens niet zoveel misschien. Maar in het vertrouwen op Christus alles. In het licht van zijn opstanding is er geen enkele reden om wanhopig te zijn over de toekomst. Hij heeft het kwaad overwonnen. De toekomst wordt beter dan het verleden. En alles wat de toekomst ademt, zal blijven bestaan. 1 Korintiërs 15 eindigt met de belofte – alle inspanningen die je voor de Heer verricht zullen nooit tevergeefs zijn.
Er is alle ruimte om lief te hebben. Om goed te doen. Zelfs met al ons eigen tekortkomingen. Want de Heer is opgestaan!