Maaltijd van de Heer in vier gangen

Inleiding

Waarom vieren we het Avondmaal? Waarom is dat belangrijk? (…)

De maaltijd van de Heer houden, het Avondmaal vieren, dat doen bijna alle christenen nu en vroeger. Hoe dat precies moet gebeuren, daar is veel discussie over geweest. Denk bijvoorbeeld aan het gesprek tussen katholieken en protestanten over de vraag hoe Jezus Christus precies aanwezig is in brood en wijn. Of, dichterbij, denk aan de vraag of kleine kinderen en zelfs baby’s daaraan mee moeten doen of niet. 

Vandaag wil ik het niet over dat soort discussies hebben, maar vanuit de Bijbel met jullie vier richtingen bezien waarnaar het Avondmaal je laat kijken. De maaltijd van de Heer laat je terugkijken naar Jezus’ lijden en sterven. Maar het is ook een manier om vooruit te kijken naar de komst van Gods nieuwe wereld als we met mensen uit alle volken feest zullen vieren. Bij de maaltijd kun je ook om je heen kijken naar de andere mensen aan tafel, met wie je samen het lichaam van Christus bent. En je kunt ook naar boven kijken, naar Jezus die in de hemel is en die tegelijk door brood en wijn (druivensap) bij ons wil zijn. [1]

Vandaag een beetje anders dan anders: niet een keer uit de Bijbel lezen en dan een preek, maar vier Bijbelgedeelten, waar ik dan telkens iets over zal zeggen.

Terugkijken – Lucas 22:14-22

Als we Avondmaal vieren, denken we terug aan het eerste Avondmaal. Ik probeerde me – ook voor de Oase samenkomst voor te stellen hoe dat was. Stel je voor dat een van de leerlingen die erbij was er ons vandaag over zou vertellen. Ik denk dat hij dan zoiets zou zeggen:

 ‘Wat bijzonder was dat. De laatste keer dat Jezus met ons, zijn leerlingen, het Pesach vierde. En tegelijk de eerste keer dat de maaltijd van de Heer gevierd werd, zoals wij die nog steeds vieren. 

Zoals elk jaar vierden we weer het Pesach. De bevrijding uit Egypte. We aten de bittere kruiden, die herinnerden aan het bitter lijden van hun voorouders in Egypte. De zweepslagen, het harde werken, het arme bestaan, de moord op kleine kinderen.’ Hoe bitter, hoe pijnlijk!

Maar we dronken ook de wijn – vier bekers – om bevrijding te vieren. En we aten platte broodjes, matzes – ongezuurd, zonder oud zuurdesem – als teken van een nieuw begin. Geen oude desem uit Egypte werd meegenomen. En we keken elkaar aan – zou dat nu weer kunnen? Een nieuw begin in onze tijd. Een tijd van onderdrukking door Romeinen en Herodes. Een tijd van onrust. Deze tijd waarin Jezus bedreigd werd met de dood? We vierden die bevrijding van lang geleden, maar zou er nu ook een nieuw begin kunnen zijn?

En opeens doorbrak Jezus het overbekende ritueel van het Pesach. Hij zei: ‘Ik wilde samen met jullie de paasmaaltijd vieren, voordat mijn lijden begint. Luister naar mijn woorden: Ik vier dit feest pas weer als Gods nieuwe wereld gekomen is’ (Lucas 22:15-26). En toen Jezus het brood uitdeelde, dat brood dat het nieuwe begin liet zien, zei Hij: ‘Kijk, dit is mijn lichaam. Ik zal sterven voor jullie. Houd deze maaltijd steeds opnieuw om aan mij te blijven denken’ en bij laatste beker wijn zei Hij: ‘Als ik gedood word, zal mijn bloed vloeien. Maar daardoor zullen jullie gered worden. Dat heeft God beloofd. Deze beker is daarvan het teken.’

Een nieuw begin zou er komen, maar wel door de dood van Jezus heen. We wisten niet wat we ervan moesten zeggen en dus vervielen we al heel gauw maar in onze oude vertrouwde discussies: wie is hier eigenlijk de belangrijkste van ons? Absurd, als je er achteraf over nadenkt. 

Maar het is waar gebleken: Jezus’ dood is een nieuw begin geworden. De dood en het kwaad heeft Hij verslagen. Hij is opgestaan. En we vieren, zoals Jezus gevraagd heeft, het telkens opnieuw, telkens denken we aan zijn dood. En dat geeft hoop – dat nieuwe begin toen, maakt nu alles anders. Het allerergste is gebeurd – Jezus werd vermoord – en het allerbeste is gebeurd – daardoor zijn wij, is deze wereld gered. Wat er nu ook aan de hand is in de wereld, in je leven, God zal bevrijding geven, net als toen, lang geleden.’ 

DNP 126

Vooruitkijken (Jesaja 25:6-12)

Ik heb even geaarzeld of we heel deze tekst moesten lezen. Nu er in Israël en vooral in Gaza, maar ook op de Westelijke Jordaanoever zoveel geweld is, moeten we dan deze tekst wel lezen? Over de vijand, Moab dat wordt verslagen? Onze God walst de vijand plat! Er blijft niets van de vijand over. Ze worden in hun hemd gezet. Dat lijkt geen erg helpende tekst…

Maar laten we bij het begin beginnen. Het gaat over de berg Sion, zeg maar Jeruzalem. Daar organiseert de HEER een feestmaal aan voor alle volken. Het gaat hier dus niet over een volk dat beschermd moet worden of een veilige positie krijgt ten koste van anderen. Nee, alle volken zijn welkom in Jeruzalem.

En ze zitten aan tafel en krijgen het allerbeste eten. En alles wat lelijk en kapot is, vernietigd de HEER. Als een soort doek, een sluier om je hoofd gewikkeld: dood, verdriet, schande. Zoveel dat je kan verdoven, blind kan maken voor het goede. Die sluier wordt vernietigd. Er is nieuw leven!

Wat zal dat zijn: als de sluier van dood, geweld en verdriet wordt weggenomen van Oekraïners en van Palestijnen. Als zij aan tafel zitten en vrede feest vieren. Als de ontluistering, de schande, van kapotgemaakte mensen weggenomen wordt en er herstel is. Maar alle volken zitten daar dus ook Russen, Israëli’s, Congolezen naast Rwandezen. 

Je kunt het je nauwelijks voorstellen dat die met elkaar aan tafel zitten en feestvieren. Daar is veel voor nodig. Hoe kan er vrede komen tussen daders en slachtoffers? Dat gaat niet zomaar, dat vraagt aandacht voor de waarheid – gerechtigheid en tegelijk goedheid, genade. 

Dat is wat Jezus ons heeft laten zien: Gods goedheid en waarheid. In zijn lichaam heeft Jezus de vijandschap tussen mensen verslagen, schrijft Paulus (Efeziërs 4:16). In zijn dood was Jezus een slachtoffer van groot onrecht en tegelijk verbond Hij zich aan de misdadigers. Hij stierf tussen hen in en gaf zijn leven ook voor hen.

Dat doen we dus ook aan het Avondmaal. Uitkijken naar de dag dat slachtoffers en daders in vrede aan tafel kunnen zitten. Vandaar dat we straks, voordat we het Avondmaal vieren, elkaar de vredegroet wensen. Ook, juist aan degene met wie we het zo moeilijk vinden om in vrede te leven. 

Nog even naar de tekst over Moab – 

‘De hand van de HEER rust op deze berg, maar onder zijn voeten wordt Moab vertrapt, zoals stro in mest wordt getreden;… de HEER laat hem door zijn hoogmoed ten onder gaan. Hij haalt de hoge, versterkte muren neer, Hij maakt ze met de grond gelijk, ze liggen neer in het stof.’ 

Wat een tegenvaller, na zo’n prachtig visioen! Ik denk dat het iets uitdrukt van onze moeite om echt voor te stellen dat we in vrede zullen leven. Je wilt misschien wel in God geloven, maar dan moet God jou wel gelijk geven en je vijand de grond in trappen (zoals stro in de mest). Hoe begrijpelijk soms ook – dat is niet de eindbestemming. In Gods nieuwe wereld zal niet de wraak, maar wel het recht en de vergeving overwinnen.

LB 175:1-4 ‘wij hebben een sterke stad’

Om je heen kijken (1 Korintiërs 10:16-17)

Aan wie verbind je jezelf? Bij wie wil je horen? Als we Avondmaal vieren staan of zitten we in een kring rond de tafel. Dat beeldt iets uit – we zijn aan elkaar verbonden. We vormen een eenheid. Het ene lichaam van Jezus Christus. 

Dat gaat niet vanzelf. Niet alle mensen hier liggen je, passen bij je, voel je een klik mee. Sommigen van ons zitten in elkaar irritatiezone. Niet bij iedereen voel je je vanzelf op je gemak. En toch – we vormen met elkaar een eenheid. Niet door onszelf, maar door het ene brood, Jezus die zijn lichaam geeft. Doordat Hij zijn lichaam heeft gegeven vormen wij één lichaam.

Aan de Avondmaalstafel word je uitgenodigd om met nieuwe ogen naar elkaar te kijken. Om met de ogen van God naar de ander te kijken. Dat is ook iemand van wie God net zoveel houdt, als dat Hij van mij houdt. Je kan het je soms niet voorstellen, maar het is echt zo!

Het betekent dat je jezelf niet te goed – of te slecht – voelt voor de rest. Ik hoorde pas het verhaal van een zondagschool waar een van de kinderen vroeg: ‘hoe zag Jezus er eigenlijk uit?’ Een van de leiders zei toen: ‘Heb je een kind in je klas dat gepest wordt? Nou, zo ziet Jezus eruit.’ Jezus is als de minste van ons. Als we Jezus volgen, dan volgen we degene die gepest wordt, degene die ziek is, degene die gevlucht is, degene die in de war is, degene die honger heeft, dorst, geen huis. 

Als je bij het Avondmaal om je heen kijkt, zie je allemaal delen van wie Jezus is. Hier, bij het Avondmaal, leer je Jezus kennen, zoals Hij in elk van ons zichtbaar wordt.

LB 968:1,2,5

Naar boven kijken (Johannes 6:53b-58)

Jezus’ woorden zijn heftig: eet mijn lichaam, drink mijn bloed. Zo heftig dat de mensen protesteren. ‘Dat kunt U toch niet bedoelen!’ ‘Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!’  Maar Jezus past zijn woorden niet aan. Hij zegt niet: ‘Dat moet je natuurlijk niet letterlijk begrijpen.’ Juist niet. Hij herhaalt het nog sterker wat Hij zegt: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u.’ 

Iemand eten of drinken, dat heeft iets weerzinwekkends. Er is een (waargebeurd) verhaal van een groepje rugby’ers die een vliegtuigcrash in de Andes overleefden. Het is verschillende keren verfilmd, in 2023 nog bij Netflix in La Sociedad de la Nieve. Zij worden niet gevonden en kunnen zelf daar eerst niet vandaan komen. De overlevers van de ramp houden zichzelf in leven door het vlees van de overleden passagiers te eten. Dat is ongelooflijk heftig. Het voelt tegennatuurlijk en toch is het de enige manier. 

Dat Jezus zichzelf aan ons geeft, zodat wij kunnen overleven. Dat kan je tegen de borst stuiten. Dat gaat te ver. Nadat Jezus dit gezegd heeft, gaan de meeste mensen ook bij Hem weg, vertelt Johannes. Maar ook later, bij de maaltijd met zijn leerlingen zegt Jezus het weer: dit brood is mijn lichaam, deze wijn is mijn bloed. In het Avondmaal verbindt Jezus zichzelf aan ons. Hij komt in ons, zoals het brood en de wijn in ons komen.

Op deze ongekende manier – door zichzelf op te offeren – verbindt Jezus zich aan ons. En dat gebeurt in het Avondmaal.

Avondmaal vieren heeft daarom ook iets van je geloof en vertrouwen uitspreken in God en Jezus die zich voor ons gegeven heeft.


[1] Ik kwam deze vier blikrichtingen bij het Avondmaal tegen bij Nicky Gumbel, Een kwestie van leven. Kennismaken met het christelijk geloof, (1996), 241-242.