Het goede nieuws vanuit 1 Korintiërs 15:44
Wat voor lichaam kan er opstaan? (15:35-41)
Geloven dat de doden zullen opstaan. Ik blijf dat toch lastig vinden om me voor te stellen. En ik lijk niet de enige. Ik hoor mensen vaak praten over iemand die overleden is en dat zijn vaak wat vage beelden. ‘Misschien kijkt hij naar mij vanuit de hemel.’ Of ‘oma is een sterretje geworden.’ Of iemand ziet in een vlinder nog de aanwezigheid van iemand die gestorven is. Het zijn beelden die iets troostends hebben. Degene van wie je hield is nog niet helemaal verdwenen. Ergens, op een bepaalde manier, we weten niet precies hoe, is die ander er nog. Misschien dat dat ook wel zo is als christenen het hebben over ‘de hemel’. Duidelijk is dat het lichaam van degene die gestorven is, op aarde achterblijft, maar zeg je misschien ‘opa is nu in de hemel’. Zijn ziel, z’n diepste zijn, de kern van zijn bestaan, z’n bewustzijn. We weten het niet precies.
Zo praten en denken over een leven na dit leven, kom je in heel veel, misschien wel alle culturen en religies tegen. Maar wat we net in de Bijbel lazen is heftiger, radicaler dan dat. Het gaat niet over een wat vaag leven na dit leven, maar over lichamelijke opstanding uit de dood. Wie van Christus is en gestorven is, zal opstaan uit de dood.
Kun je je het voorstellen? Ik maar heel moeilijk. Hoe zal dat dan zijn?
Het lichaam als een last
Die vraag stellen ze in Korinthe ook. Je hoort ze denken ‘dat kan toch eigenlijk niet? Onze lichamen zijn maar voor even. En, zo geloofden veel mensen in die tijd ook, je lichaam beperkt je. Je lichaam leidt je af van waar het echt om gaat. Je kunt je dat misschien wel een beetje voorstellen: Je lichaam kan ook een last zijn. Denk maar aan allerlei lichamelijke verslavingen: eten, roken, drinken, seks. Je wilt het misschien helemaal niet, maar je lichaam vraagt erom, schreeuwt erom en je geeft eraan toe, terwijl je eigenlijk met heel andere dingen bezig zou willen zijn. En als je ouder wordt kan je je lichaam steeds meer als een last ervaren: je krijgt last van PHPD (Pijntje Hier, Pijntje Daar). En als je ziek wordt, kan zo’n ziekte je hele leven vervullen. Dus, hoezo, opstaan uit de dood? Dat oude lichaam dat steeds ouder wordt en na je dood verder vergaat, wat zou je daar nog mee moeten? Dat kan toch ook niet meer tot leven komen.
Allerlei soorten ‘leven’
Paulus, zijn brief zijn we aan het lezen, reageert scherp: ‘Zo iemand begrijpt er niets van!’ Paulus zegt: kijk dan toch eens om je heen. Kijk naar een graankorrel of een ander zaadje. Daarin zit leven. Maar als je een zaadje in de grond stopt, komt er een plantje uit. Dat is nog steeds leven. Afkomstig van diezelfde graankorrel, maar tegelijk echt heel anders. En elk plantje op zich is ook weer anders. Zo heeft God het gemaakt en bedoeld. Dat is trouwens met elk soort leven zo. Kun jij je voorstellen dat je onder water kunt ademen? Dat gaat je niet lukken, toch kun je echt heel prima onder water leven. Vissen doen niet anders. Die leven ook, maar zitten anders in elkaar dan wij. En zo is er leven in de lucht, in de grond, enzovoort.
En in het heelal heb je weer een ander soort van ‘leven’. Zon, maan en sterren bewegen allemaal, geven allemaal op hun eigen manier licht. De maan anders dan de zon en weer anders dan de sterren. Kijk dan, zegt Paulus, zoveel vormen van leven, allemaal gemaakt door God allemaal in hun eigen rol. Zou er dan geen nieuw leven mogelijk zijn voor gestorven mensen?
Een sterfelijk, zwak lichaam dat weinig voorstelt (15:42-43)
Nu hebben we een lichaam dat sterfelijk en zwak is en weinig voorstelt. Het zal je maar gezegd worden: je hebt een lichaam dat sterfelijk en zwak is en het stelt weinig voor. Zou jij dat tegen iemand zeggen? Dat is niet iets dat je graag hoort of tegen een ander zegt. We zeggen liever ‘wat zie jij er goed uit!’
En misschien doe je ook wel heel hard je best om er goed uit te zijn. Dat is fijn als je lekker in je lijf zit. Je ziet anderen en je denkt – die ziet er goed uit, dat is mooi en je doet ook je best.
Wie van jullie is in de afgelopen week naar de sportschool geweest? (Wie vond dat hij daar eigenlijk heen moest?)
Je gaat vijf keer in de week naar de sportschool om een beetje breder te worden of juist slanker. Je gaat naar de kapper, je neemt een masker en als je het geld ervoor zou hebben zou je ook wel een paar fillers willen doen. Een mooi sterk jong lijf, of in elk geval een lijf dat er zo uitziet, dat kan je zelf en anderen een goed gevoel geven.
Nu is het niet zo moeilijk om daar heel kritisch over te doen. En er zitten ook gevaren aan: je kunt er zoveel mee bezig zijn, dat je nooit tevreden bent. Sommige meiden en vrouwen (maar soms ook mannen) zijn zo bezig met slank zijn en afvallen dat ze een eetstoornis krijgen. Of sommige mensen sporten zich suf in de sportschool, maar worden alleen maar ontevredener over hun lichaam en ze worden er ongelukkig van. Maar ook al kun je er verkeerd mee omgaan, goed voor je lijf zorgen, is op zich goed. Je voelt je er beter door. En God heeft met aandacht je lichaam gemaakt. Gods Woord is een mens geworden, Jezus, dat betekent, Hij had een lijf zoals jij en ik. Zorg dus maar goed voor je lichaam en wees er dankbaar voor. En verlangen dat je een mooier, beter, sterker lijf zult hebben. Dat is ook niet verkeerd. Dat is precies Gods bedoeling! En misschien dat je daar nu al iets van ziet of voelt in een mooi, sterk, getraind lichaam.
Iets, want wees niet te snel tevreden en houd jezelf niet voor de gek. Met aandacht voor je lichaam kun je je beter voelen en kun je er goed uitzien. Toch blijft het wel waar wat Paulus schrijft. Uiteindelijk is je lichaam nu sterfelijk, zwak en het stelt weinig voor. Dat is verdrietig en pijnlijk.
Als je ziek bent, als je oud wordt, dan merk je dat ook wel. Het kan soms heel pijnlijk worden. Mensonterend zeggen we dan – het ziet er niet uit. Zo heftig.
Een schitterend, sterk onsterfelijk lichaam (15:44)
De Bijbel stopt dat niet weg, maar is er eerlijk over. Dat is nu eenmaal zo. Maar het blijft niet zo. Ons aardse lichaam sterft, maar we zullen opstaan met een lichaam dat onsterfelijk, krachtig en schitterend is.
Wat voor lichaam is dat? In de BGT staat een ‘hemels’ lichaam. In de NBV21 een ‘geestelijk’ lichaam (15:44). Wat stel je je daarbij voor? Het is goed om daar even iets langer bij stil te staan. Je kunt je daar iets vaags bij voorstellen als waar ik het in het begin over had. Een soort doorzichtig, geestachtig lichaam. Iets vaags, hemels.
Maar dat is echt niet wat Paulus bedoelt. Er word je een mooier, beter, sterker, schitterender lichaam beloofd dan je nu hebt. Niet vager en doorzichtig ofzo.
De schrijver C.S. Lewis stelde zich voor hoe dat nieuwe lichaam eruit zou zien en hoe Gods nieuwe wereld zou zijn. In zijn boek De grote scheiding komen er mensen aan in Gods nieuw wereld. Ze moeten daar op het begin vreselijk aan wennen. Het gras doet zeer aan hun voeten. Het is zo hard. Als iemand een prachtige steen mee wil nemen, blijkt die loodzwaar, zelfs het kleinste steentje is niet te tillen. Deze nieuwe wereld is veel echter, harder, sterker, robuuster dan de oude wereld. Zo zal het ook met de nieuwe lichamen zijn. In het verhaal van Lewis wordt beloofd dat de lichamen zich snel aan de nieuwe werkelijkheid zullen aanpassen.
Maar hoe zit dat dan bijvoorbeeld met het lichaam van Jezus? Na zijn opstanding, kon hij met zijn verheerlijkt lichaam dwars door gesloten deuren heen verschijnen. Was hij dan toch niet een soort geest? Zo zou je het kunnen bekijken, maar je kunt er ook heel anders naar kijken. Jezus kan ook juist steviger, robuuster zijn, dan de werkelijkheid om hem heen. Zoals je als mens door de mist kunt bewegen omdat je dichter, steviger bent dan de mist. Of zoals een vis door het water kan bewegen, zo kon Jezus dwars door muren heen lopen.
Dat Paulus het nieuwe lichaam een ‘geestelijk’ of ‘hemels’ lichaam noemt, slaat niet op hoe het eruit ziet of waar het van gemaakt is. Het gaat meer om waar dit lichaam voor bedoeld is. Paulus gebruikt het woord ‘geestelijk’ heel vaak in de brief aan de Korintiërs. Hij bedoelt daar dan eigenlijk altijd mee: dat wat van de Geest is, dat wat de Geest ons geeft, dat wat ons verbindt aan God, dat wat echt leven is.
Ons nieuwe lichaam zal een geestelijk lichaam zijn. Opnieuw gemaakt door de Geest. Niet vaag, maar een lichaam, helemaal verbonden aan God. Vol van echt bruisend leven. En daarom een schitterend lichaam, een lichaam dat niet zal sterven. Een lichaam vol kracht. Zou je nu wel eens voor God willen zingen, maar lukt het gewoon niet met je stem? Zou je voor Hem willen dansen, maar wil je lijf niet mee? Zou je een ander die verdriet heeft willen omhelzen, maar maakt het je ook ongemakkelijk? In een geestelijk lichaam zal dat allemaal anders zijn.
Zoals een vis in het water moet kunnen zwemmen en daar is z’n lichaam op aangepast, zo zullen we straks helemaal gericht zijn op het leven met God. Helemaal vol van Hem. Vol van zijn liefde. Vol van zijn vrolijkheid. En daar zal ons lichaam dan helemaal bij passen.
Misschien ook daarom dat we in het nieuwe leven niet meer zullen trouwen (Dat zegt Jezus in Matteüs 22:30). Dat kun je voelen als een gemis. Stel je voor – als ik in dit leven niemand vindt om van te houden, dan krijg ik later die kans ook niet meer. Maar ons lichaam hier en nu is kwetsbaar en sterfelijk. Straks zal het schitterend, krachtig en onsterfelijk zijn. Dat is: in geen enkel opzicht minder dan nu. Maar mooier en beter. Dat zal dan toch ook voor de liefde gelden. Nu is romantische, erotische liefde tussen mensen mooi en prachtig, maar ook superkwetsbaar. Denk maar aan gebroken relaties, jaloezie en misbruik. Als onze lichamen straks helemaal geregeerd worden door de Geest, dan zullen we niet minder liefhebben, maar meer. Hoe dat is, weet ik niet. Maar het zal schitterend zijn.
Ten slotte
Wat is nu het goede nieuws vandaag? Dat ons lichaam hersteld wordt. Wat een troost als je nu merkt hoe beperkt je in sommige dingen bent. Wat een troost als je een beperking hebt, een ziekte waarvan je hier niet beter wordt. Als Jezus op aarde rondloopt, kun je al iets van het begin zien: verlamden kunnen lopen, blinden zien, doven horen. Dat staat ons straks allemaal voor altijd te wachten – ons lichaam zal volmaakt zijn.
Maar ook als je gezond bent: Wat een rust kan het geven om dat onder ogen te zien, in plaats van maar te blijven doen alsof je al onsterfelijk bent. Ik ken die verleiding wel. Ik weet hoe moeilijk het is om mijn kwetsbaarheden onder ogen te zien: Ik heb jarenlang geprobeerd de grijze haren weg te trekken uit mijn haar en ik probeer met wielrennen nog vaak veel jongere fietsers bij te houden. Ben ik de enige? Maar dat hoeft niet Mijn lichaam is sterfelijk, beperkt, zwak en niet zo prachtig als ik wel zou willen. Het is ook niet bestemd voor de eeuwigheid. Er staat ons iets veel mooiers te wachten.
En dat nieuwe lichaam is een geestelijk lichaam, helemaal aangelegd voor de liefde tot God en mensen.
Je lijf, je lichaam doet er dus toe. God vindt het zo waardevol dat Hij het straks schitterend zal maken. Zorg er dus nu al goed voor. En tegelijk: Schaam je niet voor wat er nog onvolmaakt is, want ook dat zal nieuw gemaakt worden. Zie de onvolmaaktheden in je lijf niet iets als wat je persé moet wegpoetsen, maar als een belofte – ook dat maakt God straks nieuw. Zoals God aan het begin van de Bijbel zijn adem blaast in een mens van aarde en stof, zo blaast Jezus straks zijn Geest over onze vergane lichamen en dan zullen we voor altijd met Hem leven.