Hoe je moet preken (en spreken over het evangelie)

https://i0.wp.com/2.bp.blogspot.com/-DlAPGra44gA/T3te5cfDbFI/AAAAAAAABv0/LHWlFC3g4_Y/s1600/prekie.png?resize=121%2C175Verveling bevangt veel kerkgangers. Geloven lijkt zo vanzelfsprekend. Het is waar, het is mooi, het is geweldig, en toch verveelt het evangelie. Dat zeggen klinkt dan weer als vloeken. Dat zeg je niet zomaar hardop. En dus blijf je gewoon af en toe eens weg uit de kerk. Doe je maar liever niet meer mee aan Bijbelstudies.

Ik begrijp en herken veel van die verveling. Spreken over God en het leven is te vaak voorspelbaar, waar en nietszeggend. Tegelijk voel ik me enorm bevoorrecht dat ik predikant ben. Dat biedt me de kans om keer op keer te ontdekken dat het evangelie niet vervelend is, maar werkelijk goed nieuws. Tegelijkertijd: het is vaak een worsteling om dat te ontdekken. En soms blijft die ontdekking uit. Maar op een ander moment wordt die me zomaar in de schoot geworpen.

Ik geloof dat het mijn roeping als predikant ook is om die worsteling telkens weer door te maken. Ik zou niet weten hoe ik anders geloofwaardig zou kunnen preken of spreken over het evangelie. In een van mijn leerboeken van vroeger stond ook dat je alleen maar mag preken als je zelf iets nieuws ontdekt hebt in de tekst waarover je preekt. Iets wat je werkelijk de moeite waard vindt om door te geven. Dat maakt preekvoorbereiding voor mij vaak een enorme worsteling. Want heel vaak klinken mij de woorden van de Bijbel me te bekend in de oren.

Veel heb ik hierbij geleerd van Kees de Ruijter die mijn docent preekkunde was. Hij benadrukte dat je in de voorbereiding niet alleen de tekst moet uitleggen, maar ook stil moet staan bij de weerstanden van de hoorder. Welke problemen zal de hoorder met de tekst hebben? Voor mij is dat meer en meer geworden: welke moeiten heb ik als mens in deze tijd met anderen om mee heen met deze tekst? En daarmee gaat het om de vragen die raken aan mijn bestaan: wie ben ik, wat geloof ik (echt), wat verwacht ik, wat doe ik, hoe past dat in de wereld om me heen? Ik vraag me daarbij ook altijd af: hoe leg ik dit uit aan mijn kennissen, buren en vrienden die geen kerklid of christen zijn?

Toen Kees de Ruijter ons dit leerde kreeg hij heel veel kritiek: werd de mens zo niet veel te belangrijk en kwam de Bijbel, Gods Woord, zo niet in het gedrang? Ik heb dat nooit begrepen. Volgens mij was het precies andersom. Door eerlijk alle problemen aan de orde te stellen die ik heb met Gods evangelie ga ik er echt naar luisteren. Ik ga een tekst die ik bepreek aan alle kanten bekloppen, bekijken. Ik stel God al mijn vragen. Je zou kunnen zeggen: ik wil telkens weer echt ontdekken of ‘het houdt’ wat God zegt. Of het werkelijk goed nieuws is. Tot nu toe ben ik daar nooit in teleurgesteld. Ik ga daarom het gevecht – de voorbereiding van een preek – meestal vol vertrouwen aan. Maar het blijft een spannend proces. Ik heb God en zijn Woord niet op zak.

Misschien maak ik geloven voor sommigen te moeilijk. Wat voor anderen vanzelfsprekend is, is het voor mij bijna nooit. Maar tegelijkertijd blijft geloven (en de Bijbel, het evangelie, God zelf) daardoor spannend, verrassend, ontdekkend, prikkelend. En dat is nodig. Niet alleen omdat er zo hopelijk niet teveel mensen in de kerkdienst in slaap vallen (letterlijk of figuurlijk), maar ook omdat je zo telkens weer kunt ontdekken hoe relevant geloven is.

Ik doe een gespreksgroep met mensen die voor een deel zelden of nooit in een kerk komen. Voor degenen die wel regelmatig naar de kerk gaan is het enorm verfrissend. Alsof ze ontdekken: dus hier gaat het evangelie over. Over het gewone, echte dagelijkse leven. Veel te gemakkelijk sluiten we het evangelie op in een systeem waarbinnen we alles begrijpen, maar dat weinig meer te maken heeft met het gewone leven. We maken het evangelie onschadelijk en daarmee saai en irrelevant.

Je kunt de Bijbel niet lezen, je kunt Gods stem niet horen, zonder jezelf, je cultuur, je eigen ervaringen en weerstanden serieus te nemen. En die van een ander. Dus als je samen Bijbelstudie doet of een gesprek over geloof probeert te hebben, laat elkaars vragen doorklinken en probeer niet ‘het goede antwoord’ te geven. Ga het gevecht aan. Als God er werkelijk is zal Hij vroeg of laat antwoord geven of je de moed geven met de vraag toch met Hem te leven.

 

One thought on “Hoe je moet preken (en spreken over het evangelie)

  1. De laatste zin komt bij mij over als een “twijfelzin”. In mijn optiek zou ik deze als volgt omschrijven

    “. Maar God is er!!
    Hij geeft antwoord op de vraag om met Hem te leven.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*
Website